| Kijkje in de Keuken 20: Meeloopdag Irene Albers (plv. dir. Inspectie Jeugdzorg) |
|
|
|
| Geschreven door Gerdien Slot |
| donderdag, 06 oktober 2011 10:47 |
|
Een dag in een Gezinshuis. Impressie van Irene Albers, plaatsvervangend hoofdinspecteur van de Inspectie Jeugdzorg.
De Rudolphstichting organiseert, samen met vier andere Glindse organisaties op 29 september het symposium "Wortels en gehaktballen" . Zij doen dat vanwege het honderdjarige bestaan van het concept van de opvang van uithuisgeplaatse jongeren in een gezinshuis. Daarom ben ik uitgenodigd om een dag te ervaren uit het leven van een jongere die in een gezinshuis woont.
Voor de meesten van ons is het normaal dat je "thuis" opgroeit, bij je vader en je moeder, al dan niet met broertjes en zusjes. Voor een aantal kinderen in Nederland is dat, om allerlei redenen, niet mogelijk. Ofwel zij hebben problemen waar hun ouders niet goed mee om gaan of hun ouders hebben zelf problemen waardoor zijn niet in staat zijn om hen goed en veilig op te voeden, of het gaat om een combinatie van beide.
Christine (13 jaar) kon niet thuis wonen. Ze heeft een aantal jaren op een leefgroep gewoond. In de leefgroep was het te druk voor haar: steeds andere gezichten om haar heen: overdag en ‟s avonds andere begeleiders en ook medewerkers die komen of vertrekken. Daarnaast regelmatig wisselingen in de samenstelling van de groep: al met al niet goed om haar structuur te geven. Sinds een jaar of drie woont ze in het gezinshuis van Jannie en André, samen met 3 andere gezinshuis-kinderen ( drie jongens van 10, 12 en 16 jaar, een pleegdochter van 18 en een "eigen zoon" (21) van het echtpaar. Hoewel "eigen" zoon …..in de 24 uur die ik te gast was in het gezin, heb ik geen verschil gemerkt in de aandacht en liefde die het echtpaar geeft aan al deze kinderen, "eigen" of niet.
Ik heb een hele dag met Christine opgetrokken en ben met haar naar school geweest en daarna heeft ze me alle dieren laten zien die in en rond haar (gezins)huis leven. Dat zijn er nogal wat: een hond, geiten, veel konijnen en prachtige kippen en hanen. En dan niet te vergeten de cavia‟s met wie ze lekker kan knuffelen. Ook de hond is een favoriet knuffeldier (van meer kinderen in het gezin trouwens). We zijn door het dorp gelopen (zij op de skeelers) en hebben een prachtige fruittuin bezocht waar je zelf het fruit kan plukken.
Het meest indrukwekkende onderdeel van die middag vond ik het feit dat Christine het goed vond dat André en ik mee mochten naar haar therapie. Het was het 5e of 6e bezoek aan de therapeute. Tijdens de therapie vertelde ze hoe ze in de zomervakantie de aandachtspunten die ze van de therapeute had aangereikt gekregen, in de praktijk had gebracht. Ze gaf ons daarbij een kijkje in de keuken. Ze kon zelf heel goed analyseren waarom het haar nu wel lukte om met bepaalde omstandigheden om te gaan terwijl ze dat in de afgelopen jaren heel moeilijk had gevonden: "Het is nu rustiger in mijn hoofd", waardoor ze nu meer helder kan nadenken over hoe ze moet reageren op anderen die het haar niet altijd makkelijk maken. Ze vertelde ook dat het in het gezin heel goed gaat met haar. In het begin kon ze wel eens stampvoeten of met de deuren slaan als ze haar zin niet kreeg. "Dat is nu niet vaak meer nodig" zegt ze. Ze vindt ook dat Jannie of André haar goed duidelijk kunnen maken wanneer ze te ver gaat met iets en dat ze daarom soms ook wel boos zijn op haar. "Maar als ik dan beneden kom en ze vragen: is het nu over, en ik zeg ja, dan is het ook uit de wereld".
Bij het avondeten zaten we met bijna het hele gezin aan tafel; alleen de zoon was er niet. Het waren geen wortels en gehaktballen maar sperziebonen, rode kool en karbonaadjes! Er werd druk gepraat over wat iedereen die dag had meegemaakt en vooral over de zwemprestatie van één van de kinderen die binnenkort opgaat voor het C-diploma.
Na het eten werd er om de beurt gedoucht: makkelijker om dat ‟s avonds te doen dan 's ochtends wanneer iedereen snel naar school moet. In pyama kwam ieder kind weer beneden: de schoot van zowel André als Jannie blijken geliefkoosde plekjes te zijn om nog even op de dag terug te kijken of om zo maar een praatje te maken en een knuffel te geven en te krijgen. Ook als je een jongen van 12 bent! Omdat Christine ouder is dan de 2 "kleintjes" mocht ze nog wat langer opblijven en zat ze lekker met een boek in de "vaderstoel" van André. Maar toen was het voor haar ook bedtijd.
Daarna heb ik met Jannie en André gesproken over hoe het voor hen is om gezinshuisouder te zijn. Jannie is de officiële ouder, André heeft een baan voor halve dagen op een kantoor. Maar in feite moet je spreken van een hecht team: niet alleen voeden zij beiden de kinderen op, André brengt en haalt de kinderen van en naar therapie of de tandarts en spreekt met de leraren op school etc.
Jannie is in dienst bij Joozt en krijgt eens in de 3 weken begeleiding van Saskia, een medewerker van die zorgaanbieder. De ene keer gaat het dan echt over de rol van Jannie, de andere keer komt de gedragsdeskundige mee, en gaat het vooral over de begeleiding van de kinderen en de voortgang die ze maken. Jannie geeft aan dat ze bij Saskia goed terecht kan met eventuele vragen. Daarnaast vormt ze een intervisiegroep met enkele andere gezinshuisouders waarin over en weer vragen en antwoorden over voorkomende problemen aan de orde komen. Ook zorgt Joozt voor deskundigheidsbevordering doordat ze regelmatig thema-ochtenden organiseren over zaken als: autisme, seksualiteit bij pubers, het effect van bepaalde medicijnen of een ander onderwerp dat bij de ouders leeft.
Jannie en André vertelden hoe ze de kinderen in hun gezin zien veranderen: ze worden rustiger en zijn blijer. Van twee kinderen is het medicijngebruik nu afgebouwd, waardoor het ene kind nu weer lekker kan slapen, hij is gaan groeien en zijn huid er weer gezond uit ziet. Ook het andere kind is zonder de medicijnen rustig en wordt zichtbaar gezonder! Ook Christine maakt vorderingen, want ze hoeft niet meer naar een speciale school maar gaat naar het normale onderwijs!
Jannie en André besteden ook tijd en aandacht aan de biologische ouders van de vier kinderen in hun huis. Uiteraard blijven dat de "echte ouders" van de kinderen en heeft er regelmatig contact plaats zowel met André en Jannie als met de kinderen zelf. Het is niet altijd makkelijk om met de diverse ouders om te gaan; zij hebben vaak hun eigen problemen en zij vragen soms dingen van ofwel hun eigen kind of van André en Jannie, waarop laatst genoemden, in het belang van het kind, niet in kunnen gaan. Het is daarbij de kunst om de relatie goed te houden, zodat het kind geen spanningen ervaart tussen zijn biologische ouders en de gezinshuisouders bij wie hij of zij nu woont. Jannie en André stralen een natuurlijk evenwicht uit waarmee ze, naar mijn indruk, een ieder tegemoet treden op een wijze die hem of haar recht doet, terwijl ze toch het belang van het kind steeds voorop stellen. Na deze dag vol indrukken was het ook voor mij bedtijd.........
's Ochtends was André al naar zijn (andere) werk vertrokken en kwamen de kinderen één voor één naar beneden. Van de jongere kinderen gaat er één op het dorp naar school, de ander wordt door een busje gehaald, Christine moet zo‟n 9 km naar school fietsen. Iedereen wordt uitgezwaaid en daarna hebben Jannie en ik nog een kopje koffie gedronken en werd ook ik door Jannie uitgezwaaid. Het waren 24 uur die mij indrukwekkende beelden hebben gegeven!
|



