| Kijkje in de Keuken 10: Wat een klus! |
|
|
|
| Geschreven door Gerdien Slot |
| donderdag, 17 maart 2011 10:24 |
|
Roy is 14 jaar. Een lange slungel van ruim 1.80 meter. Een echte autist (ASS), met forse gedragsproblemen en ouders die zes jaar geleden met een vechtscheiding uit elkaar zijn gegaan, maar nog wel in een vechtstand met elkaar omgaan. Roy heeft vanaf zijn vijfde allerlei hulpverleningsvormen en –plaatsingen gehad. - Dagopvang voor kinderen met ASS - Verblijf in een behandelgroep kinder- en jeugdpsychiatrie (anderhalf jaar) - Opname en verblijf in een behandelgroep jeugdzorg (twee jaar) - Onderzoek en observatie bij het LeoKannerhuis - Verblijf in een gezinshuis bij een residentiële zorgaanbieder (zes maanden) - Verblijf in een tweede gezinshuis bij dezelfde residentiële zorgaanbieder ( 1 jaar) - Verblijf in de crisisopvang van deze aanbieder (anderhalf jaar) - Verblijf in een heel klein gezinshuis, 1 plaats; (nu driekwart jaar)
Uit een verslag van de gezinshuisouder: Het is een zaterdag in maart. We gaan de tuin aanpakken. Roy zou helpen met stenen sjouwen. Vooraf aangekondigd: we gaan in de tuin bezig. We gaan het afscheidingsmuurtje verwijderen en hergebruiken in de tuin. Help jij met stenen sjouwen? Ja, dat wilde hij wel. ’s Ochtends gaat hij mee naar de vuilstort. Vond hij wel interessant. Daarna aan de slag. Heb Roy het werk uitgelegd. Met een schop de stenen losmaken; als jij ze dan halverwege op een hoop gooit, pak ik ze op en stapel ze op de goede plek. Voorgedaan hoe je een steen met de schop los kunt maken. De schop aan Roy gegeven; "kun jij het?" Roy port wat met de schop onder een steen, maar er komt weinig los. Nog een keer voorgedaan. Roy port nog een keer, zonder enige overtuiging. Ik vraag: “Lukt het niet?” Hij schudt zijn hoofd. “Zal ik ze dan losmaken?” Roy knikt. Ik maak een aantal stenen los. Vervolgens doe ik voor wat de bedoeling is; steen oppakken en 25 meter verderop op een hoop. Ik vraag Roy of hij werkhandschoenen aan wil. Ja, dat wil hij. Ik pak twee werkhandschoenen (verschillende). Vervolgens ga ik verder.
Roy draalt. Ik ga even verder, maar hij komt niet in beweging. Ik loop naar hem toe en vraag hem wat er is. Geen respons, maar een blik die wat meer in zichzelf gekeerd is. Ik herhaal nog eens de opdracht: steen van deze plek naar de volgende; de werkhandschoenen liggen klaar. Daarna vervolg ik mijn activiteit. Even later zie ik Roy, met afgewend gezicht, met zijn goede schoenen een steen verschuiven richting de nieuwe stapel. Ik zeg tegen hem dat dat niet de bedoeling is. Steen oppakken en dan naar de nieuwe stapel. Ik vervolg mijn werk. Roy komt niet in beweging. Met een afgekeerd gezicht staat hij bovenop een steen. Ik besluit hem nog een keer aan te spreken. “Roy, is er iets? Als er iets is kun je dat gewoon zeggen; je bent 14 jaar, dus zeg het maar. Als er niets is, wil ik hebben dat je aan de slag gaat. Je hebt beloofd dat je zou helpen met stenen sjouwen, dus daar reken ik nu op. Is er iets?’ Zachtjes hoor ik Roy “nee” zeggen. “Prima”, zeg ik, “dan kun je aan de slag”. Ik vervolg mijn activiteit; stenen stapelen achter in de tuin.
Roy komt niet in beweging. Mijn irritatie stijgt. Ik overweeg mijn opties. Doorpakken levert waarschijnlijk niets op, behalve bokkig en afwerend gedrag. Toch wil ik hem niet loslaten.
Ik stap weer naar hem toe. “Ik zie, dat je geen stenen sjouwt. Ik heb je gevraagd of er iets is. Je hebt gezegd dat er niets is. Dan kun je aan de slag. Ik vraag het nog één keer: is er iets wat je tegenhoudt.” Ik hoor Remy heel zacht “handschoenen” zeggen. “Wat is er met de handschoenen?” vraag ik. “Ze passen niet”, klinkt het zachtjes. “Heb je ze al aangepast?” vraag ik. Geen antwoord.
Ik besluit door te pakken. “Kom mee”, zeg ik tegen hem. Ik loop naar de auto en zie dat Roy op een paar meter volgt. Ik stap in en doe het portier open. “Wat?”, zegt Roy. “We gaan handschoenen halen; dat is het enige wat je tegenzit, dus dat gaan we oplossen.” “Dat hoeft niet,” zegt Roy. “Jawel”, zeg ik, “instappen”. Hij stapt in en we rijden weg. Onderweg zegt hij niets. Na tien minuten zijn we bij de bouwmarkt. Ik stap uit, Roy blijft zitten, met afgewend hoofd. Ik wacht even en besluit weer door te pakken. Ik doe het bijrijdersportier open, ga er naast staan en roep vrij hard: “uitstappen, Roy” en maak met mijn hand een uitnodigend gebaar. Meerdere mensen kijken, dat merkt Roy ook. Hij blaast wat, doet de gordel af en stapt uit. Ik doe de deur op slot en loop in stevig tempo naar de bouwmarkt. In de ramen van de bouwmarkt zie ik dat hij mij op een meter of vijf volgt. Ik loop stevig door naar de gereedschappen en zie de werkhandschoenen hangen. “Welke zullen het zijn? Die, die of die?” Ik wijs de middelste aan. “Zijn die goed?” Roy knikt. Ik pak ze, loop door naar de kassa en reken af; € 4,25.
In de auto doe ik de verpakking af van de werkhandschoenen en leg ze op Roy’s schoot. “Alsjeblieft, je werkhandschoenen.” Roy draait zijn hoofd de andere kant op. Onderweg zegt hij niets. Bij huis stap ik naar de stapel met stenen, neem er een paar en loop naar de andere kant van de tuin. Over mijn schouder zeg ik: “Aan de slag.” Ik loop terug en zie nog geen beweging. Ik pak stenen op en breng ze naar het eind van de tuin. Na twee keer hoor ik achter mij een dof geluid. Roy ploft een steen neer op de afgesproken plek. Ik ga door met mijn werk. Roy loopt terug en ja hoor, met een tweede steen. Zonder iets te zeggen werken we ruim een half uur door. Dan heeft Roy alle stenen op de afgesproken plek gegooid. Halverwege heeft hij zijn jas uitgedaan; hij zweet………
Wanneer hij klaar is blijft hij bij de hoop stenen staan. Ik vraag: “waren ze dit allemaal?” Hij zegt “Ja.” Ik zeg “Goed gedaan Roy.” Hij blijft met afgewend hoofd staan. Ik vraag: “Wil je nog meer doen?” Hij zegt “Nee.” “Prima,” zeg ik, “Dan ben je klaar.” Hij doet zijn handschoenen uit en gaat naar binnen.
Er is een klus geklaard……… |



